Blog Page Translator

Blog Search Engine

donderdag 29 november 2007

Reisverslag: Carretera Austral (Chaiten - Coyhaique)


Na dagenlang wachten op de veerboot tussen Quellon en Chaiten kon ik eindelijk de oversteek maken naar het chileense vasteland. De eerste route van de Carretera Austral (22-11) was zonder bagage noordwaarts in het Pumalin National Park. De autoweg 7 (Ruta 7) bestond alleen uit gravel met veel kiezelstenen. De slecht onderhouden weg in Chili stond beter bekend als de ripio en maakte het fietsen over dit soort wegen wel of zonder bagage zwaar. De laaghangende bewolking boven het dichte regenwoud gaf mij als fietser weinig zicht op de besneeuwde bergtoppen van de Andes. Caleto Gonzalo kon ik niet meer bereiken, omdat mijn snelheid te laag was om dezelfde ripio-weg terug te fietsen naar Chaiten. Het had nl. geen zin om in het donkere bos over de slechte wegen te fietsen.

De volgende dag (23-11) fietste ik de Carretera Austral in zuidwaartse richting. De eerste overnachting was in Villa Santa Lucia bij een gastgezin (Hospedaje). Voordat ik de plaats van bestemming bereikte, moest ik een onverwachte loodzware klim over een bergpas (2e categorie) in een bergkloof overwinnen. Een paar passerende automobilisten boden mij een lift aan, want ze zagen dat ik mijn fiets duwde over het steile gedeelte van de bergflank. Ik negeerde hun aanbod en duwde een paar honderd meter mijn fiets (E: push bike)naar een minder steile helling. Ondertussen kon ik van de nauwe bergkloof toch genieten, want dit was er een die ik nog niet gezien had. De fietstocht van Chaiten naar Villa Santa Lucia was verder over de wel bekende ripio weg in het dichte begroeide bos.

De volgende dagen fietste ik via La Junta (24-11) en Puyuhuapi (25-11) naar het afgelegen bergdorpje Villa Amengual. Ruta 7 tot Puyuhuapi was voor een ervaren fietsreizger niet bijzonder spectaculair. Het landschap varieerde tot Puyuhuapi nauwelijks en beperkte zich tot de uistekende bergtoppen van de Andes boven het regenwoud. Op sommige gedeelte van het traject zag je de gevolgen van de vele bosbranden, die door de kolonisten aangestoken waren. Ze dachten even land te kunnen veroveren. Gelukkig waren sommige gebieden weer redelijk hersteld. Door de dichte begroeing kon je als bestuurder van een voertuig nauwelijks een meer zien van een afstand. Alleen op hooggelegen wegen in het bos kon je sporadisch een meer of rivier zien.

Na Puyuhuapi (26-11) had ik als ervaren fietsreiziger het idee dat de Carretera Austral nu pas begon. De route langs de bosrijke flanken van de fjord, bergketens en rivieren in het binnenland kenmerkte zich door de vele afwisseling in de landschappen. De beklimming van een bergpas in het nationaal park Queulat, waarbij je in een stuk naar een hoogte van ca 600 meter moest fietsen, zorgde ervoor dat je tijdens de rust kon genieten van het uitzicht over de vallei en van de verscholen indrukwekkende watervallen in het bos. Ondertussen waren de wegwerkers druk bezig met de verbreding van de wegen, opdat de toeristen gemakkelijker met de auto door konden rijden naar de volgende plaats. Als fietser mistte je soms het gevoel van dat specifieke gravel weggetje dwars door het bos. De verbreding van de wegen maakte het voor de fietser wel wat gemakkelijker, want de auto´s passeren je nu op een grote afstand en je had minder last van de stofwolken. Ook op dit van het traject tot Coyhaique zag je de gevolgen van de vele bosbranden. Als rondreizende toerist zal je dit moeten accepteren en maar snel door rijden.

De fietstocht naar de grote stad (Coyhaique) in de provincie Aysen was zeker bijzonder om te ervaren, want de slecht onderhouden ripio wegen hielden op en je fietste over geasfalteerde wegen in diverse nationaal parken. In het Nationaal Park Rio Simpson waren de gevolgen van het terugtrekken van de gletsjer duidelijk waarneembaar. De vallei met de steile bergwanden en de reusachtige, geisoleerde rotsformatie gaf mij een uniek gevoel, waar ik als fietsreiziger van droomde. Je bevindt je tijdelijk even in een andere wereld. De relatieve vlakke stukken in de vallei en het asfalt veraangenaamde het fietsen totdat Coyhaique bereikt werd. In de buurt van Coyhaique moest even weer een paar bergjes bedwongen worden en was de kennismaking met een hellende tunnel een aparte ervaring. De donkere korte tunnel was voor de niet goed-verlichte fietser geen pretje, want je wist de reactie van de passerende auto´s niet.

In Villa Santa Lucia ontmoette ik een groepje Spaanse fietstoeristen, die van Futaleufu kwamen. Deze groep was ik de komende dagen in diverse plaatsen (La Junta, Puyuhuapi en Coyhaique) tegengekomen. Zij waren ook op weg naar het eindpunt van de Carretera Austral, Villa O´Higgins. Ze konden niet voldoende engels spreken, wat het uitwisselen van ervaringen belemmerde. In Coyhaique nam ik eigenlijk al definitief afscheid van de groep, want zij reisden direkt door en ik nam een rustdag. Deze rustdag had ik nodig om te herstellen van een lichte knieblessure. De blessure had ik al een paar dagen, maar het verhinderde mij niet om verder te fietsen. In een grote stad kon ik allerlei zaken regel tijdens een rustdag en kon mijn knie weer verder herstellen.

Geen opmerkingen: