Blog Page Translator

Blog Search Engine

zaterdag 6 december 2008

Namib Rand Nature Reserve

06-12-2008
Tijdens de invallende ochtendschemering werd ik wakker door diverse vogelgeluiden. Ik besefte dat de dag van de waarheid aangebroken was. De bewoonde wereld zou ik dezelfde nog moeten halen, anders zou ik problemen krijgen met mijn water- en drankvoorraad. Voor aanvang van de fietstocht controleerde ik mijn water- en drankvoorraad en maakte een inschatting hoe ver ik zou kunnen komen. Na een korte ontbijt fietste ik vrij snel het natuurreservaat Namib Rand Nature Reserve in, dat aan de rand van het nationaal park Namib-Naukluft lag. Eindelijk waren de kilometerslange hekken langs de wegen verdwenen en konden de dieren plotseling de weg oversteken. Het natuurreservaat leek veel op de Neisip vlakte tussen Aus en Helmeringhausen, echter de horizontale zwarte kalksteenlagen waren in het natuurreservaat niet aanwezig. Een ander opmerkelijk verschil was de vegetatie op de bergwanden, die nauwelijks op de Naukluft bergketen voorkwamen. De bergketen was vrij kaal en vormden een hoge hek rondom de vallei. De loslopende dieren konden de vallei niet gemakkelijk verlaten.

Wat ik al vermoedde kwam gelukkig uit. De lange geleidelijke afdaling naar Sesriem betekende dat ik stevig door kon fietsen en de gemiddelde snelheid een paar kilometer per uur hoger lag. Het waterverbruik was onder deze omstandigheden normaal, indien de hitte niet doorbrak. Na het verlaten van het natuurreservaat brak de hitte goed door en berekende ik dat ik nog zo’n 20 kilometer moest fietsen voordat ik de bewoonde wereld zou bereiken. De toestand van de gravelwegen verbeterde en ik kon de pedalen sneller om de trapas draaien bij gelijke verzet. De dunne zandlaag op de verharde gravelweg belemmerde mij niet om mijn fietssnelheid op te voeren en binnen anderhalf uur bereikte ik een kamp, waar de medewerkers van verblijfoord Le Mirage overnachten. Ik zocht naar verkoeling en vroeg de bewoners om koud water. Na even van de hitte bijgekomen te zijn, wees een van de bewoners op de overnachtingsmogelijkheden binnen het verblijfoord Le Mirage. Ik wist dat een kamer vrij prijzig was, maar zag dat het complex op een toplocatie in de Namib woestijn lag. Het verblijfoord leek op een middeleeuws kasteel en bood diverse faciliteiten voor de toeristen. Voor een dag zou ik me wel kunnen vermaken en boekte vrij snel een kamer.

Nadat ik van mijn fietsavontuur bijgekomen was en weer opgefrist was, verbleef ik heel de middag rondom het zwembad. Een groep Nederlandse dames maakte nog een opmerking over mijn dikke kuiten. Ik hield mijn mond dicht en bleef ongestoord het boek ‘The Kiterunner’ lezen. De dames wisten niet dat ik de Nederlandse fietser was en ik geen zin had om het hele reisverhaal op nieuw vertellen. Ik wilde mijn fietsavontuur door de Namib woestijn laten bezinken en wilde het even met niemand delen. Af en toe trok ik een paar baantjes in het zwembad en genoot van de goede afloop.

Voor het avondmaaltijd bekeek ik de zonsondergang en miste de specifieke rode kleuren van de Naukluft Bergketen. Later op de avond sprak ik met de managers van het verblijfoord, die ook uit Nederland kwamen. Vol bewondering hoorden ze mijn reisverhaal in Zuid Afrika en Namibië aan. Het maakte indruk om tijdens de zomerperiode in Namibië te fietsen. Ik legde hun mijn fietsstrategie uit, waardoor ze onmiddellijk begrepen waarom ik de namiddag en avond onder een boom in de Namib woestijn doorbracht. Korte fietstochten in de koele ochtenduren was naar mijn mening de oplossing om mijn eindbestemming Walvis Bay te bereiken. De laatste 350 kilometer was voornamelijk over toeristische wegen, waarbij de afstanden tussen de overnachtingsmogelijkheden kleiner waren en ik sneller over koud water beschikte.

05-12-2008
Voor aanvang van de dagetappe vulde ik mijn water- en drankvoorraad goed aan. De weg naar de magnifieke duinen van de Sossusvlei was een uitdaging voor de echte fietsreiziger, want het lager gelegen dorpje Sesriem lag niet op een behoorlijke fietsafstand van mijn vertrekplaats vandaan. Wildkamperen in de Namib woestijn was onvermijdelijk, indien je de 116 kilometer naar het eerst volgende slaapaccommodatie Le Mirage niet haalde. Het eerstvolgende dorpje, Sesriem, lag 21 kilometer verder op en bevond zich aan het begin van de 65 kilometerlange toegangsweg naar de Sossusvlei. Voor mijn water- en drankvoorraad betekende een fietsafstand van ongeveer 135 kilometer, dat ik minimaal 13,5 liter aan water en een paar liter aan drank als cassis, coca cola of energiedrankjes bij me moest hebben. Op een hete zomerse zonnige dag zou ik bij een zware inspanning zonder moeite twee liter per uur drinken en dan had ik nog geen tien kilometer afgelegd. Voor de zekerheid had ik ongeveer 17 a 18 liter water en drie a vier liter aan normale drank als energiedrankjes, cola en appletizer, en grapetizer meegenomen, zodat ik de volgende fietsdag zonder tekort aan water en/of drank probleemloos zou overleven. Bij een normale eenddaagse zware fietstocht, waar ik in de avonduren als nog bij mijn eindbestemming zou arriveren, hoefde ik bijna nooit meer dan negen liter water of andere drankjes te vervoeren. Voor de fietstocht naar de eerst volgende dorp moest ik ongeveer twaalf liter (= twaalf kilogram) aan extra last vervoeren.

Na het verlaten van Betta fietste ik een redelijk hoog fietstempo over de gravelwegen naar het laagst gelegen punt in het traject. De weersomstandigheden waren in de late ochtenduren fietsvriendelijk te beschouwen. De stapelwolken ontnamen me brandende zonnestralen op mijn rechter onderbeen. In de middag brak de zon in de omgeving van Sinclair Boerderij Gasthuis goed door en was de fietsroute door de vallei een kwelling ondanks de lange afdaling. De zon bereikte haar hoogste stand in de middag en de doorgebroken hitte liet me de pedalen steeds langzamer om mijn trapas draaien. Het extra gewicht aan water en ander drankjes eiste zijn tol, want ik kon geen extra krachtinspanningen opbrengen om de zwaar beladen fiets over de slechte, vals platte gravelwegen voort te bewegen. Met pijn en moeite zocht ik fietsend naar een verkoelende plek en bleef ondertussen water drinken om uitdroging door de hitte en droge tegenwind uit het noorden te voorkomen.

Na 50 kilometer pauzeerde ik naast een boomgewas met scherpe, lange doorns en korte bladeren, die veel zonlicht doorlieten. Een grotere boom met meer schaduwzijde was wel in de buurt, maar lag achter de kilometerslange hekken, die een gebied afbakende en de wilde dieren tegenhielden. Meer schaduw was er op dat moment in de open Namib woestijn niet te vinden. Na wat gegeten te hebben, dacht ik mijn benen rust te gunnen door even een half uurtje te liggen in de smalle schaduwzijde. De beperkte schaduw van de boom koelde mij niet af en ik raakte lichtelijk bevangen door de hitte. Een wolk voor de zon zou al plaatselijk tot aangename weersomstandigheid kunnen leiden. De stapelwolken bleven bewegingsloos boven het gebied hangen en namen tot mijn grote verdriet ook niet in grootte toe. De wolken dreven voorlopig niet voor de zon, waardoor de situatie na een half uur niet veranderde. Ik liet me door mijn eerdere fietservaringen in het merendistrict van Patagonië op andere gedachte brengen. Doorfietsen tot je een grote schaduwplek langs de weg aantrof, waar je je kon laten afkoelen.

Met de laatste beetje energie maakte ik me op voor de zoektocht naar een grote boom met een groter schaduwzijde. Na vier kilometer fietsen had ik het geluk aan mijn zijde. Tussen de bergketens bevonden zich een enkele alleenstaande bomen langs weg, die niet achter een kilometerslange hek opgesteld stonden. Ik plaatste mijn bagage en fiets onder de boom en wachtte af tot de hitte afnam. Ondertussen hoorde ik gerommel in de lucht en wist dat er onweer in opkomst was. Verder voelde ik mijn benen herstellen, wat voor mij het teken was om de fietstocht voor deze dag definitief te beëindigen. De volgende dag zou ik meer krachtinspanningen kunnen leveren en had ik nog voldoende drank- en watervoorraad over om de bewoonde wereld te kunnen bereiken.

Vanaf 16:00 uur had ik mijn tent onder een grote boom geplaatst en lag de rest van de dag te zonnen en te dagdromen over hoe het aan de andere kant van de wereld was. Tijdens mijn voorbereidingen had ik met deze situatie al rekening gehouden. In Patagonië kon ik op een zomerse avond nog een paar uur doorfietsen, wat in het zuidelijk deel van het afrikaanse continent niet meer mogelijks was. Na 18:00 werd het koeler en had je nog geen twee uur om te fietsen voordat de invallende duisternis optrad. Met een goed boek als ‘The Kiterunner’ en het bestuderen van het gradiëntverloop van de gravelwegen richting de Sossusvlei bracht ik de namiddag en avond zonder problemen door. Ik vermoedde dat het gradiëntverloop van de wegen uit het zuiden richting Sossusvlei een dalende trendlijn in de open bergvalleien vertoonden. Dat stelde mij zeer gerust, want ik wist dat het eerstvolgende dorpje Sesriem ruim vier honderd meter lager lag dan mijn huidige kampeerplek in de Namib woestijn. Net na het invallen van de duisternis viel ik in diepe slaap en droomde over de goede afloop van de fietstocht door de Namib Woestijn.

Geen opmerkingen: