
Dinsdag 22 januari ontbeet ik gezamenlijk met de leden van de Hari Krishna gemeenschap in het kamp Eco Truly. De leden vertelden mij over hun eenvoudige levenswijze en over hun religie. Verder gaven ze mij een rondleiding door het kamp, waardoor ik meer inzicht kreeg in hun opvattingen over het leven. De leidster van de gemeenschap vertelde me dat iedereen altijd welkom was in het kamp en dat er meerdere soortgelijke gemeenschappen in de wereld waren.

Na de rondleiding fietste ik weer door de vallei Lluta en bezocht historische bezienswaardigheden als de ingetekende reusachtige figuren op de voornamelijk kale bergflanken (petroglyfen) en eeuwenoude opslagplaatsen van de Inca´s. Aan het begin van de middag arriveerde ik weer in Arica en besloot zo snel mogelijk door te reizen naar Tacna in Peru. De taxi Collectivo was vrij goedkoop en voor nog geen negen euro was je 54 kilometer verderop in Peru. De taxi moest je dan wel delen met andere passagiers. Het landschap in de omgeving van Tacna bestond net als in de omgeving van Arica uit enorme zandvlaktes. Halverwege de middag was ik in Tacna en kon ik mijn horloge twee uur terugzetten, waardoor ik een extreem lange middag had. De peruaanse stad Tacna boeide mij niet zo, want op het centrum na vond ik het een lelijke stad. Bij de internationale busstation regelde ik de bijna 24 uur durende busreis naar de historische stad Cusco.
Laat in de avond vertrok ik vanuit Tacna naar Arequipa en probeerde in de bus te slapen, wat niet lukte. De vele controles veroorzaakte veel oponthoud. De peruaanse rijkswacht geloofde mijn verhaal niet over mijn europese identiteitskaart. Ze stonden erop dat ik in hun kantoor bij de controlepost mijn paspoort als nog liet zien. Ze vertelden mij dat ze mijn visa moesten inzien en de engelse termen op een identiteitskaart. Op een bijdehante vertelde ik dat Chilenen en Argentijnen met een soortgelijke kaart vrij in Peru konden reizen en dat de stempel niet het juiste argument was. Ik liet de rijkswacht mijn europese identiteitskaart met mijn paspoort vergelijken en ze zagen in dat de gegevens toch met elkaar overeenkwamen. De grenswachten of politieagenten in Chili en Argentinie geloofden wel mijn verhaal en ze kwamen over het algemeen veel relaxter over. Het zegt wat over de machtsverhoudingen tussen de bevolking en de politie. In Tacna viel mij de nederigheid van de Peruanen ook op. Dit zag ik ook in Maleisie. Na de identiteitscontroles voerden de rijkswacht nog uitgebreide controles uit op drugsvervoer. Gelukkig was er niets gevonden. In de vroege ochtenduren arriveerde ik in Arequipa en kon ik vier uur wachten op de volgende bus.
In de vroege ochtend van woensdag 23 januari vertrok de bus vanuit de hooggelegen Arequipa (+2450 m) voor een 11 uur durende rit naar Cusco. Tot Juliaca bij het meer Titicaca meer zag het berglandschap net als in Noord-Chili uit. Het landschap tussen de bergketens was vnl. kaal met veel omlaag gevallen puin en rotsblokken. Op bepaalde plaatsen zag je nog kaktussen en wat struikgewas. De bus passeerden niet veel dorpjes en steden, zodat het gebied als bijna verlaten beschouwd kon worden. De dorpjes, die ik zag, bestond uit veel in bouwvallende verkerende panden. Wat opviel was dat de automobilisten in Peru zeer vaak toeterden naar de voor- of tegenliggers. Zo iets had ik in Chili niet meegemaakt. Het verkeer in Peru zag er veel chaotischer uit.
Na het passeren van Juliaca veranderde het kale landschap en bestond het uit veel struikgewassen. De bergflanken bevatten meer bomen of grasgewassen. Vroeg in de vooravond zag ik het historische centrum van Cusco plotseling opkomen. De veel oude gebouwen uit Inca- en spaans veroveringsperiode gaven mij het gevoel, dat er uit de stad en omgeving veel te halen viel. In de avonduren liep ik door de straten in het centrum van Cusco. Ik verheugde me op de bezichting van het wereldwonder Machu Picchu.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten