
De zondagochtend (06-01) stond ik vrij vroeg op, zodat ik Calama misschien zou kunnen halen. De fietsroutes over de Ruta 5 en 25 waren nog steeds hetzelfde. Op deze autoweg passeerden vele vrachtwagens en tourbussen mij en sommige bleven maar toeteren en zwaaien. Op zich leuk om te zien en het moedigde mij aan om door een monotoon landschap te fietsen. De woestijnvlakte kon ik vergelijken met de uitgestrekte pampas-vlakte in Argentinie, echter in Chili kon ik altijd ergens wel een drankje kopen binnen een straal van 40 kilometer. In Argentinie was daarentegen echt helemaal niks en was de wind ook nog de grootste tegenstander midden op de dag. In de woestijn had ik alleen in de namiddag veel wind mee, waardoor ik de relatief snel over de licht hellende weggedeelte kon fietsen. Het uitzicht op de oneindige zandvlakte veranderde de hele dag niet en werd af en toe onderbroken door verlaten mijnbouwdorpjes (ghost towns) en officinas (nieuwe en historische industriegebieden). In deze gebieden werden in het verleden veel nitraat gewonnen en vervoerd naar de havenstad Antofagasta. Deze delfstoffen werden vooral ontgonnen voor het produceren van dynamiet tijdens de twee grote wereldoorlogen. Sinds men overgegaan was op andere munitie konden de Chilenen veel van deze mijnen sluiten.

In Sierra Gorda besloot ik te stoppen met fietsen en was ik gaan zonnebaden in een verlaten oude ruine van een voormalige mijnbouwstad. Calama was nog ruim 70 km verwijderd en dat was te ver. Het was nl. zinloos om een tent midden in de woestijn op te zetten zonder dat je nog bescherming tegen de krachtige wind kon vinden. Op de pampas-vlakten in Argentinie kon je nog altijd verschuilen achter heuvels. In de woestijn was dat niet eenvoudig, want je zou dan vele kilometers met de fiets over onbekende wegen en zandpaden moeten fietsen of lopen. Ik zocht een oud-verlaten gebouw op vanwege de krachtige wind in de namiddag. Het dak was al helemaal gesloopt en de invallende zonnestralen bereikte mij in het half-open gebouwtje. De laatste drie uren van de middag probeerde ik nog bepaalde delen van mijn lichaam goed onder de zon te leggen, opdat de kleurverschillen tussen de ontblote en blote lichaamsdelen tijdens het fietsen minder werden. De zon in het noorden van Chili was niet zo krachtig als die in het zuiden van Chili en Argentinie. In het meren-district voelde ik mijzelf op een gegeven moment wegbranden. In de Atacama-woestijn was het door de wind in de namiddag een stuk aangenamer om te zonnebaden. In de avonduren overnachtte ik ook weer in een soortgelijk oud verlaten gebouw vanwege de nog heersende krachtige woestijnwind. Verder wilde ik verder van de snelweg slapen om het vervelende geluid van het vrachtverkeer niet te hoeven horen.
De maandag (07-01) stond in het teken van het bereiken van Calama. De geleidelijke stijging van 1616 meter naar 2260 meter hoogte verliep voor mij zonder problemen. Ik merkte wel dat het ademhalen tijdens het fietsen een stuk heftiger was vanwege minder zuurstof in de lucht. Door veel te blijven drinken en kortere ritten probeer ik me geleidelijk voor te bereiden op de komende fietstochten op de Altiplano (+ 3500 m). Het uitzicht veranderde net als de voorgaande dagen niet echt veel. Midden in de uitgestrekte zandvlakte zag ik de okergele afzettingen, waaraan ik zwavelafzetting kon herkennen. Ik fietste nu langs een mijnbouwgebied en nam de grote mijnbouwwagens met mijn verrekijker waar. De bergtoppen op 2000 meter hoogte staken soms maar een paar honderd meter boven de woestijn uit. Voor mij was dat een vreemde gewaarwoording bij dit soort hoogtes. Tijdens mijn tussenstop bij een wegrestaurant probeerde de eigenaar mij uit te leggen, dat de route Calama en Chuquicamata niet eenvoudig met de fiets af te leggen is vanwege de kilometerslange steile wegdek. Ik besloot hierop om mijn fietstocht in Calama te laten beeindigen en de volgende dag in de koele ochtenduren aan de beruchte klim te wagen.
De weg van Calama naar de mijnbouwstad Chuquicamata was voor een groot deel vals plat en mijn zorgen voor de beklimming was onterecht. Zonder bagage overwon ik ongeveer 500 hoogtemeters in 12 kilometer in minder dan 50 minuten. Het mijnbouwstadje zag ik al vanaf het moment ik de buitenwijken van Calama verliet. Rondom het stadje lagen meerdere mijnbouwgebieden, want je kon de opeenhoping van het uitgegraven materiaal (overburden, open-pit mijn ´mina sur´) vanaf de autoweg zien liggen. Bij aankomst in het stadje viel mij de vele verlaten panden op, waardoor de stad op een verlaten spookstad leek. Het stadje was ooit gesticht als een kamp voor de exploitatie van de mijn. De bewoners moesten bij de opheffing verhuizen naar het nabijgelegen Calama en dat verklaarde het lege stadscentrum. Ik was blij dat ik de dag ervoor niet door was gaan fietsen naar dit verlaten stadje, want er was verder geen drank en voedsel te verkrijgen. Ik kon de een uur durende excursie naar de mijn met een lege maag volgen. Gelukkig had ik nog wel een fles cola weten te scoren bij het tankstation net buiten de stad bij de snelweg. Vanwege de lage luchtvochtigheid en de hitte moest je blijven drinken.

De excursie begon met een introductiefilm over de chileense staatsbedrijf Codelco, die exclusieve rechten had verworven voor de winning van koper rondom Chuquicamata. De rondleiding langs de reusachtige open-pit mijn was indrukwekkend om te zien, want de afmetingen van de kopermijn waren ongeveer 6 bij 3 kilomter met een diepte van meer dan 800 meter. Veel bezoekers lieten zich fotograferen bij het grote wiel van de mijnbouwwagens. Menigeen voelde zich als een dwerg bij de grote mijnbouwwagens. Als ex-mijnbouwstudent (TU Delft) verheugde ik me op diverse bezoeken aan diverse plants, waarbij het winningsproces vanuit de dagbouw tot de productie van koperen kathodes gevolgd kon worden. Helaas, beperkte het bezoek zich alleen tot de mijn en introductiefilm van het staatsbedrijf. Als ex-student kende ik de processen al, maar ik was toch nieuwsgierig naar de door het bedrijf in gebuik genomen winnings- en productietechnieken. In de namiddag besloot ik maar om te gaan zonnebaden in de buurt van de vele verlaten panden. Ik had een mooi uitzicht op de stad Calama in de Atacama-woestijn. Laat in de middag waaide weer een de harde wind over de woestijn en werd de afdaling naar Calama een teleurstelling. Door de stevige zijwind kon ik niet voluit over de snelweg gaan i.v.m. passerende wagens.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten