
Op vrijdag 14 december verliet ik de toeristische plaats El Calafate en was ik op weg naar het wandel- en hikersparadijs van Zuid-Amerika, Torres del Paine, in Zuid-Chili. In het nationaal park wilde ik de beroemde granieten torens in het berglandschap van Chili met eigen ogen aanschouwen. De hele dag waaide het hard over de uitgestrekte pampasvlakten van Argentinie. De noordwestenwind waaide in het begin in mijn voordeel, waardoor ik vrij snel 95 km binnen 4,5 uur kon afleggen ondanks een tien kilometerlange klim naar 790 meter hoogte. De hele dag kon ik ervaren dat Argentinie mij een leeg gevoel gaf. Sporadisch merkte ik een huis in een grote vlakte (estancia) op en was er geen mogelijkheid om even water- en voedselvoorraad aan te vullen. Gelukkig had ik grote reserves opgebouwd om twee dagen in de pampasvlakte door te brengen. Desalniettemin kon ik van de enorme leegte van het land genieten. Verveelde het monotone uitzicht op de kudde vee, struikgewas en heuvels, dan hoefde ik mijn hoofd naar rechts te draaien en had ik uitzicht op de besneeuwde bergtoppen, dat ongeveer 80 kilometer van de weg lag. Soms kon ik de hooggelegen patagonische sneeuw- en ijsvelden met een verrekijker goed bekijken. Op de provinciale autoweg Ruta 11 en aan het begin van de nationale autoweg Ruta 40 had ik nog uitzicht op het azuurblauwe meer Lago Argentino en de beroemde gletsjers.
Veel auto´s en vrachtwagen trof ik op de ongeasfalteerde route 40 niet aan. Het slechte wegdek en de sterke tegenwind verhinderden mij de snelle doorgang naar het hotelletje Tapi Aike. Op sommige momenten was de harde wind zo sterk, dat ik nauwelijks geen energie meer had om door te fietsen. Om mijn voedselvoorraad niet direkt te laten slinken, had ik me voorgenomen om ergens op de pampasvlakte een plekje op te zoeken en te overnachten. Ik wist dat de wind in de ochtenduren minder sterk was, waardoor ik snel naar Cerro Castillo in Chili kon fietsen. Voor ik een geschikt plekje stopte ik bij de eerst volgende huis op de vlakte (Estancia el Manantial). De schapen en honden maakten zoveel lawaai, toen ik het erf betrad. De eigenaar van het landgoed besloot om maar eens te kijken wie er op 500 meter stond. De eigenaar maakte al gauw duidelijk met zijn handgebaren, dat ik het erf mocht betreden.
Het bouwvallige huis bevatte geen electriciteitnetwerk en rioleringssysteem. Op de papmpasvlakte zag ik al dat veel van de huisjes door de bewoners zelf gebouwd zijn. Het voldeed niet aan alle veiligheidsvoorschriften. Met petroleumlampjes en veel hete theedrinken kon je de koude patagonische avonden nog doorkomen. De WC pot was niets anders dan een klein houten, verplaatsbare hok in de achtertuin, dat boven een uitgegraven kuil stond. Je kon jezelf verder behelpen met stukken kranten papier. Douche- en kooksysteem kenden de bewoners niet, waardoor het warme water niet even beschikbaar was.
Met wat gebaren en engelse woorden maakte ik duidelijk of ik mijn tent in de buurt van hun huis mocht op zetten, opdat ik weinig hinder van de sterke wind ondervond. Het was voor de eigenaar geen probleem en nodigde me zelfs uit om mee te eten. Met de andere bewoners at ik argentijnse soep en groenteschotel met lamsvlees. Ik kon het echte leven op de pampasvlakte ervaren. De bewoners waren onder de indruk van mijn fiets, campingspullen en mijn bagage, want wie wilt er nu fietsen over de slechte wegen in de open vlaktes van Argentinie. Nadat ik mijn tent in de omgeving van hun huisopgezet had wilden ze met mij op de foto. Ik had geen last van de koude wind die nacht en sliep verder goed.

De volgende dag kreeg ik een gratis ontbijt aangeboden en nam vervolgens afscheid van de bewoners. De windstilte heerste in de ochtenduren, waardoor ik de slechte gravelwegen na 35 km binnen drie uur fietsen kon verlaten. Over de autoweg Ruta 40 naar het zuiden van Argentinie bevond ik me nog steeds in een open lege vlakte. Ik fietste langs het hotelletje, kantoortje van de politie en een popmstationnetje in Tapi Aike en ervaarde vervolgens de lege argentijnse vlakte weer. Ondertussen reed ik richting de Andes bergketen en werd het aanzien van het saaie landschap dragelijker. Nu richtte ik me op de bergen van het nationaal park Torres del Paine.

Bij de chileense grens raakte ik in gesprek met nederlandse fietsers en zij vertelden mij over het nationaal park en het stadje Cerro Castillo, dat zes kilometer verder op lag. Ze vertelde mij dat er een nederlandse vrouw in het stadje was, die ook naar Torres del Paine fietste. Aangekomen in Cerro Castillo kwam ik de Italiaan Matteo weer tegen, die ik tijdens mijn fietstocht naar El Calafate weg van mij fietste. Hij had minimaal aan bagage bijzich en kon dus gemakkelijk drie a vier kilometer per uur harder fietsen dan ik. In de hospedaje (verblijfplaats bij een chileens gastgezin) praatte ik met de Italiaan en de nederlandse vrouw Carolien bij over fietstochten van de afgelopen dagen in Argentinie.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten