De afgelopen twee dagen bevond ik me in een afgelegen gebied tussen het West Coast National Park en Namaqualand, dat in het uiterste noorden van de regio Westcape lag. Vanuit Velddrif bleef ik de autoweg R27 tot het Elands Bay volgen, waarna ik de tolweg naar Lambert’s Bay nam. Tot de tolweg zag ik tientallen kilometers geen enkele dorpjes meer op de vlaktes en was er nauwelijks een schuilplek te vinden tegen de brandende zon. De temperatuur was al ruim boven de dertig graden en de lucht was zeer droog, waardoor ik veel dronk om uitdroging van het lichaam te voorkomen. Het fietstempo was behoorlijk goed en na ruim veertig kilometer trof ik in Noordhoek een restaurantje met overnachtingaccommodaties aan. Ik bestelde een pastamaaltijd, opdat ik de volgende vijftig kilometer in de hitte nog stevig door kon fietsen.
De tolweg vanuit Elands Bay was parallel aan het spoorlijn en was de toe- en afvoerweg tijdens het aanleggen en het onderhouden van de rails. Deze 25 kilometerlange gravelweg was de kortste weg naar Lambert’s Bay en leidde me weer langs de uitgestrekte, volgroeide vlaktes en had ik vaak uitzicht op de duinen en Atlantische Oceaan. De gravelweg langs het spoorlijn deed me denken aan de Rallarvegen in Noorwegen, echter nu fietste ik niet in het hart van een land. Geen schitterende uitzichten over de besneeuwde bergtoppen op de noorse hoogvlakte of ruig gletsjerlandschap, maar eenvoudige beeld op de uitgestrekte vlaktes met veel volgroeide struikgewassen. In de buurt van Lambert’s Bay had ik weer goed zicht op kustlijn.
De volgende dag (20-11) wilde ik zo snel mogelijk richting de nationale autoweg N7 fietsen, opdat ik niet te veel tijd verloor. De rustige, afgelegen weggetjes kostte me veel tijd en energie en ik wilde mijn doelstelling behalen ten koste van alles. Voor 28 november moest ik in Namibie zijn, anders zou ik mijn extra uitstapjes niet kunnen boeken na het behalen van de eindstreep in Walvis Bay. Half december zou het hoogseizoen in het zuiden van Afrika beginnen en konden accommodaties of excursies snel volgeboekt zijn.
Vanuit Lambert’s Bay besloot ik weer de tolweg langs het spoorlijn te volgen en fietste over de gravelweg tot Strandfontein. De verharde gravelweg was redelijk in goede staat in vergelijking met de meeste gravelwegen in Zuid Amerika. De route was door een semi-woestijn en ik voelde de droogte dat in het gebied overheerste. Gelukkig had ik genoeg water en ice tea bij me, want ik dronk binnen twee uur wel bijna drie liter weg. De temperatuur liep tegen de middag op tot ruim boven de 35 graden. De felle zon brandde pas laat in de middag op mijn lichaam.
Met leuke muziek van Radio Cape FM en geen tegenwind hield ik dit soort etappes door droge semiwoestijngebieden wel uit. De langdurige hitte was de tegenstander van de dag. De monotone vlaktes aan de westkust kon je niet vergelijken met de pampasvlaktes van Argentinië. Door de aanwezigheid van veel volgroeide struikgewassen en wildlife straalde de levendigheid van deze vlaktes af. De rode sprinkhanen, schildpadden, struisvogels, verschillende keversoorten, duizendpoten, hagedissen en slangen, die ik soms langs de wegen aantrof, gaf me een bepaalde afleiding. De meeste bewondering had ik voor de schildpad en de rode sprinkhaan. De schildpad, die al het auto- en vrachtverkeer over of langs zich heen kreeg, bleef ongestoord de weg oversteken ook al fietste ik er vlak voorbij. Daarentegen overleefde de rode sprinkhaan het geweld van het verkeer niet en zag ik de vele platgereden rode lichaampjes op het wegdek. Als fietser bewonderde ik de sprinkhaan met zijn rode lichaam met een duivelse kop, dat vanaf een ruime afstand te herkennen was.
Voor de lunch bezocht ik een Bed & Breakfast hotel in Strandfontein, waar ik in gesprek raakte met de eigenaar. Hij vertelde me het een en ander over het gebied Namaqualand en liet me foto’s zien. Nu begreep ik dat ik ruim twee maanden te laat in het gebied arriveerde. De foto’s met de vele wilde bloemen verlevendigden het gebied tot ver aan de horizon. Ik wist dat ik de ‘wild flowers’ route volgde,maar had geen ik enkele voorstelling van de vele soorten bloemen in een semiwoestijngebied. Voor mij was een dergelijk gebied altijd leeg met wat struikgewassen. Verder liet de eigenaar de vele gevonden mineralen uit het voormalige diamantwinningsgebied zien, die langs de stranden en de rotsformaties bij Strandfontein voor het rapen lagen. Helaas, had ik als fietser weer geen tijd om zo iets te ondernemen. Walvis Bay was mijn doel en elke kilometer dichter bij het doel maakte me weer gelukkiger. Als laatste gaf de eigenaar mij nog wat tips mee over Namibië. In Lutzville eindigde ik mijn fietsdag en bereidde me voor op de route langs de olifant rivier met veel wijngebieden en wijnhuizen. De westkust bood voor de toerist, die zich uit het drukke (stads)leven wilde onttrekken, genoeg bezienswaardigheden. Dit deel van Zuid Afrika was relatief veilig volgens veel lokale bewoners. Voor mij een reden om de afgelegen gebieden te blijven verkennen.
1 opmerking:
Ha die lieve Jeff.... Heb zojuist weer heerlijk genoten van je verhaal. En was blij verrast toen ik het kaartje op de mat vond gisteren: wist natuurlijk gelijk dat die van jou was, zonder te kijken :D Altijd erg lief van je om vanaf de mooiste plekken ter wereld even aan mij te denken. Vanaf hier kijk ik nu uit over Table Mountain en het ziet er spectaculair uit... 'so many places to go yet', zucht ze...
Hier is het winter man: echt, sneeuwstormen, koud, nat.. dus geniet jij maar lekker, op die fiets, een met de elementen, je stortend in avonturen, JUST BECAUSE YOU CAN!!!
Ben weer supertrots op je.
Have a good one.. en tot later.
-ing-
Een reactie posten