Blog Page Translator

Blog Search Engine

vrijdag 24 september 2004

Vr 24/09/2004 Carpentras - Bedoin - Mont Ventoux

Inleiding
Voor menig wielerliefhebber is de gezichtsbepalende berg van de Provence een ware bedevaartsoord. In de zomermaanden onderwerpen dagelijks tientallen wielertoeristen, amateur of professionele wielrenners en zelfs hardlopers zich aan een zware krachtmeting met de reus van de Provence, zoals deze berg ook genoemd wordt. Deze berg, die geïsoleerd in de Provence ligt en niet tot de bergketens van de Alpen behoort, is in diverse steden of dorpen op tientallen kilometers te aanschouwen.

Vanaf de tuinen bij Palais des Papes in Avignon kan menigeen een indruk van het panorma rondom deze toeristische trekpleister op zich nemen, waarbij de grootte en ligging van de Mont Ventoux goed waar te nemen zijn. Verder is deze reusachtige berg te herkennen aan de bosrijke gebieden op de flanken en aan de kale vlakte rondom de top. Vanaf bergdorpjes als Bonnieux en Oppède-le-vieux, die aan de noordkant van de bergketen Montagne de Lubéron liggen is de impact van deze berg beduidend minder door de aanwezigheid van bergtoppen uit de hoogvlakte van de Vaucluse.

Vanaf deze hoogvlaktes kan de fietser wel een minimale indruk van de Mont Ventoux krijgen. De wielerliefhebber of wielerfanaat zal de omstandigheden van de Mont Ventoux nooit en te nimmer ervaren, omdat deze bergen bijna twee keer zo klein als de Mont Ventoux zijn. De hoogste toppen van deze bergen liggen op een hoogte van ca. 1250 meter. De steilste flanken van de Mont Ventoux zouden in deze hoogvlaktes nog net benaderd kunnen worden, indien de wielerfanaat een fietstocht aflegt over de weg D34 van Rustrell naar Lagarde-d'Apt. Echter, de lengte van de steilste flanken worden dan nog niet gehaald. De weersomstandigheden in de hoogvlaktes van de Vaucluse zijn niet extreem genoeg t.o.v. Mont Ventoux, omdat de hoogvlaktes zich op een geringere hoogte dan de Mont Ventoux bevinden en heeft de wind een ondergeschikte rol, waardoor het niet als spelbreker kan fungeren.

Wie vanuit Bedoin in anderhalf uur de top van de Mont Ventoux bereikt, laat elke wielertoerist ter plaatse. Voor een toptijd zal de wielerrenner ongeveer een uur nodig hebben om de beklimming van deze berg te voltooien. Charly Gaulle deed dat in 1958 in 1 uur 2 minuten en 9 seconden. Dat record stond lange tijd in de boeken geregistreerd als de snelste tijd. Het huidige record staat nog altijd op naam van de Amerikaan Jonathan Vaughters, die in de Dauphine Libéré van 1999 de klim in 56 minuten en 50 seconden afraffelde.

De lengte, hellingspercentage, wielergeschiedenis en weersomstandigheden maken de Mont Ventoux een unieke en bijzondere berg in de wielersport. De wielerliefhebber of toerist kan de Mont Ventoux alleen bedwingen, indien hij of zij goed getraind en voorbereid heeft. Bij de voorbereiding op de dag van de beklimming dient de fietser op de weersomstandigheden, voeding, drank en fysieke gesteldheid te letten. Naast een lichamelijke goede conditie kunnen voeding en weersomstandigdheden geen belemmering vormen, indien men voldoende eet, drinkt en kleedt naar de weersomstandigheden in de buurt van deze berg. De extreme omstandigheden rondom top van de berg mogen niet onderschat te worden, omdat de invloed van extreme hitte en windvlagen daadwerkelijk de wielerprestaties beïnvloeden. Last but not least, de wielerfanaat, die de top van de Mont Ventoux bereikt, mag zeker een bezoek aan het monument van Simpson niet vergeten. Enjoy the ride!

09:30 Carpentras
Nadat ik al mijn voorbereidingen getroffen had voor deze loodzware etappe, stapte ik op mijn Koga Myata Worldtraveller en reed over de weg D974 richting de startplaats van de beklimming van de Mont Ventoux. In de verte zag ik dat er een dikke wolk over de top van de Mont Ventoux hing. Het begin van de rit verliep vrij gemoedelijk en kon ik mijn gemiddelde snelheid nog op zo'n twintig kilometer per uur houden. Naarmate ik het dorpje Bedoin naderde, kreeg ik toch last van de harde Mistral-wind en de lichte helling van ca twee à drie procent waardoor mijn fietssnelheid afnam.

Ik begon me al zorgen te maken over de klim naar de top van de Mont Ventoux. Ik merkte dat ik niet goed genoeg gekleed was, want ik voelde dat mijn benen en voeten begonnen af te koelen door de harde Mistral-wind. Verder was mijn voeding en fysieke gesteldheid niet voldoende om de klim in één keer uit te rijden. Ik had nog steeds last van een lichte spierpijn in mijn bovenbenen. Mijn benen hadden de afgelopen tien dagen geen dag rust gehad om te herstellen. Elke dag maakte ik wel een lange fietstocht met een bergbeklimming. De rit naar de startplaats Bedoin kostte me om de bovenstaande redenen toch onverwacht veel energie.

10:20 Bedoin (startplaats, +299 m)
Toen ik door het dorpje Bedoin fietste zocht ik meteen naar een dikke witgekalkte lijn, waar ik de klim kon laten registreren. Om 10.21 uur fietste ik over zo'n lijn, dat aan de rand van het dorpje lag. Vanaf deze startlijn, die ook voor de individuele tijdrit in wielerwedstrijden gebruikt werden, liet ik mijn fietscomputer de klim naar de top van de Mont Ventoux registreren. Net buiten de startplaats fietste ik door de wijngaarden over de weg D974 richting St. Estève. Het gedeelte van het klimparcours was gedurende zo'n vijf à zes kilometer vals plat, dat stil aan toenam tot een gemoedelijke klim. De hellingspercentage steeg geleidelijk tot ca. vijf procent totdat een scherpe bocht in St. Estève bereikt werd.

10:50 St. Estève (5,5 km, +541 m)
Uit de literatuur vernam ik al dat na de scherpe bocht in dit dorpje de tien kilometer lange steile klim met een hellingspercentage van ca. negen à tien procent begon. Ik zag deze bocht naderen en begon me al geestelijk voor te bereiden op de lijdensweg, die ik de komende uren zou ondergaan. Vanaf dat moment werd de fysieke inspanning bijna twee keer zo zwaar, want de snelheid daalde in één keer van dertien naar negen kilometer per uur. Het was knokken om de pedalen nog draaiende te houden. Het verzet van 32:12 kon ik niet meer houden en schakelde naar een lichter verzet. Een verzet van 22:14 kon niet verhinderen dat de zweetdruppels via mijn poriën het lichaam uitspoten. Na een kleine twee kilometer voorbij St. Estève was mijn bovenlichaam al drijfnat, waardoor ik door de zijwaartse verraderlijke Mistral-wind te snel afkoelde. Ik besloot daarom om een kleine stop te maken, zodat ik een jas aan kon trekken en even wat bij te drinken. Na de korte stop van hooguit vijf minuten hervatte ik de zware klim weer en begon weer aan mijn stuur te trekken en sleuren om de enorme weerstand van de tien-procent-helling te overwinnen. Ondertussen werd ik al door een paar goed geoefende wielertoeristen op hun racefiets gepasseerd. De souplesse, waarmee deze fietsers hun pedalen voortbewogen gaf al aan dat ze vaker zo'n berg van de buitenste categorie bedwongen hadden. Deze fietsers waren binnen vijf à tien minuten uit mijn zicht verdwenen. Één fietser bleef nog steeds in mijn zicht op ca. hondervijftig meter en ik zag dat deze man ook aan het lijden was net als ik. Deze fietser reed op zijn racefiets met een groter verzet dan ik en uiteindelijk moest hij even stoppen om bij bewust zijn te komen. Ondertussen speelden negatieve gedachten als opgeven door mijn hoofd. Deze gedachten gaven een extra weerstand, die ik overwinnen zou moeten. Conditioneel gezien kon ik na negen kilometer klimmen op de flanken van de Mont Ventoux nog door fietsen, echter ik kreeg het idee dat de accu opnieuw geladen moest worden. Ik besloot hierop om even te stoppen met fietsen en mijn lichaam te laten herstellen, zodat ik weer bij kwam van deze enorme inspanning. Verder wilde ik mijn hersenen vrijwaren van negatieve gedachten.

Nadat ik weer tot bewust zijn was gekomen, dacht ik aan de loodzware klim op de hoog-vlaktes van Caussols. Bij de beklimming van Col de la Sine raakte ik ook in een enorme dip na een extreme inspanning. Tijdens de klim van Gourdon naar de top van deze berg zag ik maar al te vaak de steile hellingen met de vele haarspeldbochten. Toen ik de pedalen bijna niet meer om de as kon laten draaien, speelde er een machtstrijd tussen doorgaan en opgeven af in mijn hoofd. Op dat moment stopte ik zo'n tien minuten om mijn lichaam te laten herstellen. Na de rustpauze was de eigenwijsheid, de wil om te winnen en het ongeloof, dat ik zo'n berg niet bedwingen kon, van mijn gezicht af te lezen dat ik vastberaden besloot om de top van de berg te bereiken ten koste van alles. Na een paar kilometer weer geklommen te hebben, staarde ik naar de plek, waar ik lichamelijk en geestelijk helemaal door heen zat. Ik kon me niet meer voorstellen, dat ik daar beneden nog aan opgave dacht. Vanaf dat moment wist ik dat ik zo'n steile helling maar gewoon moest ondergaan.

Na de korte stop van ca. vijf minuten werd ik definitief door dezelfde persoon, die ik nog passeerde definitief ingehaald en afgelost. De korte stop kon niet verhinderen dat ik de fietssnelheid nog amper boven de acht kilometer per uur kon houden. Om zuinig met mijn krachten om te gaan veranderde ik mijn fietsstrategie. Elke bocht nam ik nu helemaal aan de buitenkant, zodat ik af en toe tegen het verkeer inreed. Deze buitenbocht zorgde ervoor dat ik even voor zo'n twintig seconden kon herstellen. Na een kilometer merkte ik al dat de strategie werkte, wat ik overigens uit de literatuur vernomen had. Naarmate ik de top van de berg meer benaderde had de Mistralwind meer invloed op mijn lichaamstemperatuur en prestatie. Door de koude wind voelde ik dat mijn benen en voeten flink afgekoeld en verdoofd waren. De afkoeling zorgde ervoor dat ik een enorme inspanning moest leveren om het steilste gedeelte van zuidwest-flank van de Mont Ventoux nog te kunnen bedwingen. De enorme lichamelijke belasting vergde veel concentratievermogen, waardoor ik af en toe in een ongewilde vermoeide gemoedstoestand terechtkwam. In deze fase probeerde ik afleiding te zoeken om de bergbeklimming met de fiets te veraangenamen. Ondanks de vermoeide indruk, die ik achterliet kon mezelf amuseren met het lezen van beroemde wielrenners op het geasfalteerde wegdek. Ik zag namen van bergkoning Virenque, zesvoudig tourwinnaar Armstrong en RABO-bankrenner Boogerd voorbijkomen als of ik teksten van een autocue las. Het gaf mij extra motivatie om de lijdensweg te doorstaan, want ook deze wielerprofessionals hadden het zwaar op dit gedeelte van het parcours. Verder vond ik een aangename afleiding om liefdes- en aanmoedigingsberichten door de partners van de wielertoeristen te lezen. Zo'n geschreven boodschap op het wegdek gaf de desbetreffende wielerliefhebber extra moed om door te gaan.

In de verte zag ik een leegstaande gele wandelaarshuisje, dat onder extreme weerstandigheden beschutting bood aan de wandelaars. Ik besloot om in dat huisje een lange pauze van ca twintig minuten te houden, zodat ik mijn energievoorziening op peil kon houden. Tijdens deze stop nam ik voldoende drank en voedsel tot me. Verder kon ik in het huisje weer op temperatuur komen, zodat de verdoving in mijn voeten verdween. Voordat ik de steile klim verder voortzette, maakte ik nog wat aantekeningen en foto's van de omgeving. De energiedrankje en banaan gaven me direkt voldoende energie en moed om door te blijven fietsen, want ik had de loodzware helling van tien procent voor meer dan vijftig procent afgelegd.

Uit de borden, die om de kilometer langs de weg stonden, kon ik afleiden dat de helling minder steil werd. Vanaf nu wist ik dat als ik Chalet Reynard haalde, dat ik de top van de Mont Ventoux zou bereiken. Ik bleef mijn fietstactiek aan houden. Ik zocht naar elk vlak stukje in het wegdek en nam elke bocht ruim aan de buitenkant tegen het verkeer in. Een passerende automobilist moedigde me nog aan. Op mijn fietscomputer kon ik al waarnemen, dat kilometer vijftien naderde. In de boeken was beschreven dat bij deze kilometerstand Chalet Reynard bereikt was en de hellingspercentage van negen naar zeven procent daalde. Een kleine kilometer voor Chalet Reynard stopte ik even om de klim te analyseren en mijn fietsstrategie daarop af te stellen. Ik pakte mijn boek met ritgegevens over de Mont Ventoux. De gemiddelde hellingspercentages, die per kilometer aangegeven werden in het boek, gaven mij de indruk dat de laatste acht kilometers in één keer uitgefietst konden worden. Vanaf dat moment wilde ik geen onnodige tussenstop meer maken. De laatste steile kilometer naar Chalet Reynard kon ik vrij snel naar toe fietsen, want ik merkte al dat de hellingspercentage ruim onder de negen procent dook.

12.20 Chalet Reynard (15 km, +1417 m)
Een dramatische verandering in het landschap voltrok zich. De bosgebieden op de flanken veranderden in een kale maanlandschap, waar sporadisch nog een struikgewas te zien was. In de verte was restaurant Chalet Reynard te zien. Veel uitgefietste Mont Ventoux bedwingers zaten op de terassen van dit restaurantje en genoten nog van hun zware prestatie. Ik nam de bocht bij Chalet Reynard zeer ruim, omdat ik op het horizontale vlak een halve minuut kon herstellen. Toeschouwers begonnen al teksten als 'Ne quittez pas' te roepen. Een passerende franse wielrenner zwaaide met zijn armen om aan te geven welke richting genomen moest worden om de top van de Mont Ventoux te bereiken. Bij Chalet Reynard kon de fietser de keuze maken om de klim naar de top verder voort te zetten of een geleidelijke afdaling langs de bergkloven Gorge de la Nesque richting Sault. De oplettende wielrijder had net na het bos al gezien, dat de top links boven lag, zodat de weg richting Sault absoluut niet genomen moest worden.

Ik begon al een klein beetje bij te komen van de zware klim en genoot van de lichtere helling. Harder fietsen dan acht à negen kilometer kon ik wel, maar de harde Mistral-wind bood enorm veel weerstand. De harde tegenwind was nu de tegenstander op het kale gedeelte van het parcours. Vooral mijn benen koelden door deze wind te snel af, waardoor mijn voeten weer verdoofd waren door de kou.

12.40 Fontaine de la Grave (17,4 km, +1525 m)
Op weg richting Fontaine de la Grave zag ik een vermakelijke tekst op het wegdek geschreven. De tekst 'Het ergste is nu geweest' geschreven door een partner of familielid van een wielertoerist impliceerde dat de tekstschrijvers de extreme omstandigheden rondom de top van de Mont Ventoux niet kenden. Ik kon de ironie tussen de tekst en de op dat moment geldende droge weersomstandigheid, dat verder uit een Mistralwind en nazomerse temperatuur van vijftien graden bestond, inzien. Een kleine twee kilometer na Chalet Reynard bereikte ik Fontaine de la Grave, waar een wandelaarshuisje stond.

Ik lastte een extra pauze in en vond extra beschutting tegen de kou en wind in dat huisje. Vanuit het wandelaarshuisje wierp ik een blik naar passerende wielertoeristen en een hardloper, die door hun partners aangemoedigd werden. Een enkele wielertoerist moedigde zijn echtgenote ook aan, vanwege het feit dat zij al die tijd op hem stond te wachten om hem aan te moedigen. Een voorbijrijdende nederlandse wielertoerist herkende ik snel aan zijn binnenmonds spreken in het nederlands. Verder keek ik met een jaloerse blik naar de fietsers, die in tegengestelde richting reden. Deze fietsers hadden de top van de Mont Ventoux al bereikt en waren op weg naar Chalet Reynard voor hun welverdiende rust. Ik dronk weer wat energiedrankjes om mijn energiehuishouding weer op peil te brengen. Nadat ik weer opgewarmd en voorzien van 'brandstof' was, besloot ik het laatste gedeelte van de beklimming voort te zetten. De top van de Mont Ventoux was binnen bereik.

13.20 Monument Tommy Simpson (19 km, +1770 m)
Vanaf Fontaine de la Grave strekten de kale vlaktes en hellingen met weinig struikgewassen, bomen en dieren over een groot gebied. Ik kon de steile hellingen nu goed waarnemen, waardoor ik echt het idee kreeg dat ik naar de top van de berg fietste. De noorwestenwind begon op zestienhonderd meter nog meer tegenstand te bieden. De harde zijwaartse windvlagen zorgden ervoor dat de wielertoeristen hun fiets niet goed in balans konden houden. Ik kwam dalende fietsers op mijn gedeelte van het wegdek tegen, omdat de windvlaag deze fietsers van de helling af zou blazen indien zij aan de rand van de helling bleven fietsen. Ondanks de harde tegenwind kreeg ik de pedalen toch wat makkelijker rond. Ik was nu vrij geconcentreerd bezig en in felle strijd geraakt met de noorwestenwind op 1650 meter hoogte. De tegenwind was op het lange rechte stuk vrij constant en ik kon me er goed op in stellen. De fietssnelheid daalde wel tot ca. acht kilometer uur, maar trekken en sleuren aan het stuur was niet nodig. Toen ik in een bocht vlak voor het monument van Simpson naderde kwam er met regelmaat een zeer harde windvlaag door de bergkloof opzetten. Ik probeerde nog wel te fietsen, maar werd bijna van mijn fiets afgeblazen. Ik zag al fietsers de bocht stapvoets nemen met de fiets aan de rechterkant zodicht mogelijk tegen de bergwand aan. Met de fiets naast me probeerde ik stap voor stap voorwaarts te bewegen, indien de windvlaag tijdelijk afnam. Soms stond ik tien à twintig seconden lang in een windvlaag voordat ik weer een stap kon zetten. Ondertussen voelde ik dat de windvlaag mijn fiets op wilde tillen en wegvagen. Gelukkig hield ik de fiets goed tegen mijn lichaam aan, waardoor ik toch nog tegen de windvlaag in kon lopen. Nadat ik deze hindernis overwonnen had, wist ik dat bepaalde bochten in het laatste gedeelte van de beklimming een nog zwaardere hindernis zouden vormen. Voorlopig was ik van de lastige bocht af en kon ik weer op het lange rechte stuk door fietsen.

Bij het monument van Tommy Simpson zag ik een Brits echtpaar en een wielertoerist staan. Als deze mensen er niet stonden, zou ik het monument zo voorbij fietsen. Het monument was een eenvoudige gedenksteen versierd met bloemstukken, beeldjes en herdenkingsstukken. Ik raakte met het echtpaar in gesprek en de vrouw sprak bemoedigende woorden tot me. Het echtpaar maakte een foto van me bij het monument. Boven op het monument was een goudkleurige plakaat met de tekst 'There's no mountain too high' geplaatst. Het plakaat van Simpson's dochters was in 1997 geplaatst en had voor mij een andere betekenis dan voor hen. Ik staarde naar de top van de Mont Ventoux. Er bekroop mij het gevoel dat geen berg meer te hoog is, als ik de Mont Ventoux bedwongen had. Voordat ik weer verder fietste genoot ik noch even na van de geleverde prestatie.

Met een bezorgde blik, dat op mijn gelaat ingegraveerd was, zag ik de lastige bocht bij bergkloof Col des Tempêtes al liggen. Ik maakte al een waanvoorstelling over de enorme windvlagen, die ik nog overwinnen zou moeten. Echter, de opkomende stormachtige taferelen konden me niet weerhouden om de Mont Ventoux alsnog op mijn palmares bij te schrijven.

13.56 Mont Ventoux (finish; +1912 m)
De honderd meter lange bocht bij Col des Tempêtes was drie à vier honderd meter van het Simpson monument verwijderd. Elke meter, die naar deze bocht leidde, was een individuele gevecht tegen windvlagen met constante interval. De windvlagen waren vrij hevig en vooroorzaakte een harde ruis in mijn oren. Zo'n windvlaag duurde seconden lang en werd opgevolgd door een constante tegenwind. Bij het wegvallen van de windvlaag kon ik de pedalen makkelijker om het as laten voortbewegen. Een paar seconden later volgde weer een windvlaag en leek het alsof ik tegen de wind inzeilde. Ik probeerde me zeer klein te maken op de fiets door over het stuur te buigen, zodat mijn bovenlichaam minder wind opving. Deze ongemakkelijke fietshouding leidde tot een lage fietssnelheid van ca zeven kilometer uur. Trekken en sleuren aan het stuur had geen zin om nog extra kracht te genereren. De loodzware inspanning moest nu alleen door de benen geleverd worden.

Na ruim vijf minuten fietsen vanaf het Simpson monument naderde ik beruchte bocht, die de Mont Ventoux met een andere berg Col des Tempêtes verbond. Vanaf berg Col des Tempêtes liepen veel wandelaars, die de Grand Randonnee GR4 volgden, naar de top van de Mont Ventoux. De noordwestenwind werd door de nauwe bergkloof geblazen werd en veranderde daardoor in zeer zware windvlagen. Ondanks deze harde windvlagen kon ik de bergketens Montagne de Bluye, de noordoostkant van de Mont Ventoux, uitstekend waarnemen. De toppen uit deze bergketens reikten tot een hoogte van vijf à zes honderd meter, wat op mij geen indruk maakte. Voor me zag ik veel fietsers met hun fiets aan hun zijde in een felle strijd tegen de harde windvlaag verwikkeld waren. Deze fietsers probeerden stapvoets met hun laatste krachtinspanningen de bocht te nemen. Langs de beruchte bocht was een klein muurtje gebouwd, die bescherming bood voor de in nood geraakte fietsers tegen de harde windvlagen. Alle fietsers verscholen zich achter het muurtje om de windvlaag te vermijden. Doordat ze zo klein mogelijk opstelden en hun frame van hun fietsen bijna horizontaal hielden, konden ze zich stukje bij beetje voortbewegen langs het muurtje. De voorbijrijdende automobilisten keken bewonderswaardig naar het schouwspel tussen mens en natuur. De overlevingsdrang van de fietsers zorgden ervoor dat ze uiteindelijk de bocht konden nemen en hun tocht naar top van de Mont Ventoux of naar lager gelegen Chalet Reynard voort konden zetten.

Het beeld van deze fietsers bij het muurtje bleef op mijn netvlies geprojecteerd, want ik moest nu ook afstappen van mijn fiets en de beruchte bocht nemen. De windvlaag was zo hevig, dat de achterkant van mijn fiets hard tegen mijn bovenbenen waaide. Door mijn heupen goed tegen de fiets aan te zetten kon ik voorkomen dat de fiets om me heen draaide en door windvlaag in het ravijn geblazen werd. Het achterwiel van mijn fiets ving namelijk veel wind op, omdat er een grote fietstas aanhing. Hierdoor kon ik het frame van mijn fiets nauwelijks horizontaal leggen en moest tegen de fiets aanduwen om nog voort te kunnen bewegen. Ik probeerde te wachten tot de windvlaag weer wat afnam, zodat ik weer een paar stappen kon nemen. Een duitse wandelaars zag dat ik door de enorme windvlagen niet meer voort kon bewegen en bood hulp aan. De duitser pakte de achterkant van mijn fiets en samen sleepten we mijn fiets naar het muurtje. Ik kon me met mijn fiets achter het muurtje verschuilen, waardoor ik niet veel last meer had van de windvlaag. Ook de Duitser zocht bescherming bij het muurtje. In een ineengedoken houding sleepten de duitse wandelaar en ik mijn fiets langs het muurtje en dat ging vrij voorspoedig. Af en toe probeerde een fietser uit tegengestelde richting langs mij heen te worstelen, maar ik week niet uit en bleef dicht bij het muurtje.

Nadat ik de lastige hindernis doorstaan had, liet de wandelaar mijn fiets los en wandelden we de laatste vier à vijf honderd meter naar de top van de Mont Ventoux. Een enkeling, die dacht na de bocht weer op de fiets te kunnen stappen werd onmiddellijk van zijn stalen ros geblazen. De duitser zag ook dit voorval en adviseerde mij om niet meer op de fiets te stappen, omdat het op deze hoogte altijd zeer hard waaide. De fietsers voor en achter me liepen ook hun laatste meters naar de top. Tijdens de wandeling naar de top van de Mont Ventoux wisselden we onze vakantiebelevenissen in Zuid-Frankrijk uit. De Duitser was de afgelopen dagen vanuit Apt vertrokken en volgde de wandelroute Grand Randonnee GR4 richting de Mont Ventoux.

Na vijf minuten lopend tegen de wind in bereikte ik de laatste steile korte bocht. Nog eenmaal moest een harde windvlaag overwonnen worden. Samen met de Duitser sleepte ik voor de laatste keer mijn fiets zonder noemenswaardige problemen door deze bocht. Het souvenierswinkeltje lag nu voor me. Om 13.56 uur registreerde mijn fietscomputer dat ik na ruim driëenhalve uur inspanning de Mont Ventoux bedwongen had. De werkelijke fietstijd was iets meer dan tweëenhalve uur, wat niet echt een snelle tijd was. In het winkeltje kon ik mijn trofee 'Mont Ventoux 2004' ophalen tegen een betaling van dertig euro. Mijn erelijst was nu uitgebreid met de beklimming van de buitenste categorie. De tocht der tochten was uiteindelijk voltooid. Vanaf de top staarde ik naar de lager gelegen bosrijke en kale flanken van de Mont Ventoux. De startplaats van mijn fietstocht, Bedoin, lag welgeteld 1613 meter lager aan de voet van de beruchte reus van de Provence en tien kilometer hemelsbreed van mij vandaan in zuidwaartse richting. Aan de horizon zag ik donkere wolken hangen over Carpentras en omgeving, waardoor mijn blikveld over de Provence beperkt werd. Ik genoot nog even na van de geleverde extreme inspanning en verlangde naar een welverdiende rust bij Chalet Reynard.

Geen opmerkingen: